Menu

12 april 2024

Van Rembrandt tot ANWB-paal

Hoe berg je een half miljoen waardevolle kunst- en cultuurschatten op? In 'het fysieke geheugen van Nederland' in Amersfoort brachten vier vooraanstaande musea hun collecties onder.

Het Collectiecentrum Nederland mag dan een zwaarbeveiligd 'blok beton' zijn, omringd door een slotgracht en met medewerkers die strakke protocollen volgen, toch is de meest gevreesde indringer hier niet de crimineel die het op de inventaris heeft voorzien. Geduchter dan kunstrovers zijn de destructieve kostgangers die meeliften met de voorwerpen die musea in het Amersfoortse depot onderbrengen: zilvervisjes, houtwormen, schimmels.

Om die buiten de deur te houden, zijn er in een voorportaal enkele ruimtes die sterk doen denken aan een reeks koelcellen. Hier gaan de objecten bij binnenkomst in quarantaine, verklaart locatie­ manager Wim Hoeben (64). Door ze gedurende vier weken bloot te stellen aan een zuurstof niveau van 0,5 procent, sterven eventuele schadelijke organismen. In naastgelegen ruimtes kunnen ook vrieskou en chemicaliën worden ingezet ter ontsmetting. 'Maar met die middelen moet je terughoudend zijn, want niet elk object is ertegen bestand,' zegt Hoeben.

In het in 2021 geopende Collectiecentrum liggen vier belangrijke, sterk uiteenlopende rijkscollecties opgeslagen. In een sober vormgegeven, maar geavanceerd onderkomen met ruim 30.000 vierkante meter vloeroppervlak bevinden zich de kunstobjecten en andere cultuurhistorische schatten die het Rijksmuseum, het Nederlands Openluchtmuseum, Paleis Het Loo en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed tijdelijk of permanent niet tentoonstellen. Dit gebouw, aan de rand van Amersfoort, is zogezegd het 'fysieke geheugen van Nederland'.

Behalve de schaalvoordelen die zo'n gezamenlijke opslag biedt, dient het nieuwe Collectiecentrum ook een wetenschappelijk doel. Onderzoekers kunnen er onder optimale omstandigheden de objecten en verzamelingen in hun samenhang bestuderen. Daarin is het Collectiecentrum een wereldwijde voorloper. Dwarsverbanden komen er vanzelf aan het licht, doordat voorheen gescheiden collecties plots naast elkaar liggen. En in de kolossale restauratieateliers werken deskundigen van verscheidene musea aan uiteenlopende projecten.

Lopend door de gangen van het Collectiecentrum somt Hoeben wat feiten op: zo'n 500.000 objecten liggen opgeslagen in een depot met 39 compartimenten, die elk 1,5 uur brandwerend zijn. 'Aan het eind van de dag, na het sluiten van de deur, gaat alle stroom eraf, om brandgevaar te minimaliseren.' Wat dan van het depot resteert, is een omhulsel van beton en kalkzandsteen, dat de prettige eigenschap heeft vocht te absorberen. Goede zorg voor de vaak kwetsbare kunst- en cultuurschatten heeft topprioriteit.

Hoeben schuift een van de tientallen 4 meter hoge rekken uit, behangen met meesterwerken die niet vaak te zien zijn voor het grote publiek. De kunst aan zo'n rek is zonder twijfel miljoenen waard.

Neem het portret dat Rembrandt maakte van een Joodse man, behorend tot de collectie van het Rijksmuseum. Ernaast hangt een werk van Gerard Dou, in topconditie. Tegen de wand staat een enorm schuttersstuk van Nicolaas Eliasz, gemaakt voor de Amerikaanse Kloveniersdoelen – thuishaven van de schuterij – waar het naast De Nachtwacht hing. Hoeben: 'Maar weinig van deze werken leiden een permanent depotleven. Er rouleert veel, per jaar komen hier vierhonderd vrachtwagens langs.'

De ambitie om van het Collectiecentrum een van de duurzaamste gebouwen van Nederland te maken, resulteerde onder meer in allerlei toepassingen die een efficiënte omgang met energie bevorderen. Zo liggen er op het dak ruim tweeduizend zonnepanelen, en zijn de wanden en het dak wel geïsoleerd, maar de vloer niet. Zo kan aardwarmte bijdragen aan een constant binnenklimaat.

Innovatief zijn ook de duizenden kasten, rekken en lades waarin de collecties zijn opgeborgen. Per voorwerp verschillen de eisen, zegt Alexander Collot d'Escury (60), CEO van Bruynzeel, dat wereldmarktleider is in opbergsystemen. Die bouwt het bedrijf ook voor het Collectiecentrum en voor musea, bibliotheken, winkels, ziekenhuizen, datacenters over de hele wereld. 'We maken ook ladekasten waarin bijvoorbeeld libellen liggen, en dan is een goede luchtcirculatie heel belangrijk. Het Royal British Columbia Museum in Canada stelde ons voor weer heel andere uitdagingen. Dat gebouw ligt in een gebied met hoge seismische activiteit, dus was het vooral belangrijk om de kunst veilig en trillingvrij op te bergen.'

Bruynzeel was betrokken bij diverse prestigieuze projecten, zoals de nieuwe bibliotheek van de eeuwenoude University of St. Andrews in Schotland. Het bedrijf bouwde de 9 meter hoge verrijdbare schilderijrekken voor het conserveringscentrum van het Louvre in Abu Dhabi. Een andere klant van Bruynzeel is Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam, dat bij zijn spiegelende depot het in Panningen gevestigde bedrijf inschakelde. Nieuw daarbij was dat het kunstdepot toegankelijk is voor het publiek. Dus geen krappe gangpaden, schemerige ruimtes en gesloten kasten.

Het Collectiecentrum heeft niet die publieksfunctie, maar volgens Collot d'Escury is een efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte niettemin van groot belang. 'In zijn algemeenheid geldt: hoe minder lucht er overblijft, hoe beter. Het liefst gebruik je elke kubieke meter.' Opslag is geen sluitpost op de begroting van musea, zegt hij. 'Ze slaan hun kunst voor vijfhonderd jaar op, en het zijn dure meters. Dus moet je optimaal bouwen.'

In het Collectiecentrum pakt Bruynzeel dan ook uit met zijn 'dynamische' opbergsystemen: loodzware kasten staan strak tegen elkaar aan, maar zijn met een soepel mechanisme als een harmonica uit te rekken om een gangpad te creëren. 'Door zo'n efficiënte inrichting hoeven gebouwen minder groot te zijn. Een kleiner gebouw is goedkoper en vraagt minder onderhoud, en minder energie, wat resulteert in een geringere CO2-uitstoot.' Bruynzeel werkt bovendien met staal zonder extra zinklaag en zonder toegevoegde olie, wat eveneens zorgt voor een beperking van de uitstoot van koolstofdioxide. Collot d'Escury: 'We geloven daar echt in.'

Intussen opent Wim Hoeben de deur naar een grote ruimte. 'Hier krijg je een beeld van de diversiteit van de collecties in ons depot,' zegt hij. Terwijl eerder de toch enigszins gewijde sfeer van zeventiende-eeuwse meesterwerken hing, pronkt hier plots stoomlocomotief Tarzan uit 1938, afkomstig uit het Openluchtmuseum. Ernaast staan rijtuigen uit de collectie van Paleis Het Loo en een vooroorlogs arrestantenbusje. Niet veel verder ligt een van de zeebodem opgevist VOC-kanon uit 1604, 3.000 kilo zwaar.

Dat bezoekers hier niet zomaar naar binnen kunnen, is misschien maar goed ook: de overdaad van het Collectiecentrum is duizelingwekkend. Van Rietveldstoelen en koninklijke tronen tot een draaiorgel van 5 meter hoog. 'En we hebben ook ergens een ANWB-paal liggen,' zegt Hoeben. Langs andere wanden: tientallen jachttrofeeën en antieke tuingereedschappen.

Zoals in elk geheugen liggen ook in het 'fysieke geheugen van Nederland' zaken die zijn bewaard om redenen die zich niet altijd even eenvoudig laten reconstrueren, maar die het toch verdienen om te worden gekoesterd.

Ander nieuws

23 mei 2024

Bruynzeel versnelt ambitie om in 2035 Net Zero te bereiken